300 Moppen

1 Twee papegaaien zitten in een kooi. zegt de een tegen de ander: "Pff, wat heb ik het warm!" Zegt de ander: "Zal ik de kooi dan even voor je openzetten?" 

2 "Moet je kijken. Er zitten wel vijf vliegen in de kamer. Drie vrouwtjes en twee mannetjes." "Hoe weet je nu wat een mannetje of een vrouwtje is?" "Simpel, Er zitten er drie op de spiegel en twee op mijn flesje bier!" 

3 Rechter: "Bent u de man die een auto gestolen heeft?" 
Verdachte: "Ik? Nee hoor, voelt u mijn zakken maar na" 

4 Er wordt een bank overvallen. Zegt de bankbediende tegen de overvaller: "De directie heeft een verzoek. Of u even wilt glimlachen, want u wordt geflimd!" 

5 Een bedelaar komt een sigarenwinkel binnen en vraagt om een leeg sigaren-kistje. De winkelier kijkt nogal verbaasd en vraagt waarom hij dat nodig heeft. Antwoordt de bedelaar: "Oh, ik ga verhuizen." 

6 Zegt de ene kip tegen de andere: "Ik had vannacht zo'n hoge koorts dat ik een gekookt ei gelegd heb!" 

7 Vader voert de vissen in het aquarium. Kleine Geertje staat te kijken. "Wat geeft u ze eigenlijk?" vraagt hij. "Watervlooien, antwoordt vader. "Dan bent u een dierenbeul", roept Geertje boos. "Vissen kunnen zich toch niet krabben!" 

8 Martijn is naar de kapper gestuurt. Als hij eindelijk aan de beurt is vraagt de kapper: "Wat voor'n coupe had je gehad willen hebben?" Martijn denkt lang na en antwoordt dan met pretoogjes: "Het liefst een ijscoupe!" 

9 Bas en Pieter zitten samen op een bankje te genieten van een ijsje. Bah, zegt Bas opeens. "Er zit een vlieg op mijn ijs." "Oh", antwoordt Pieter. "Zeker een liefhebber van de wintersport!" 

10 Boer: "Henderik, wil je vandaag eerst die hoop zand opruimen?" Henderik: "Zeker, baas. Maar waar zal ik het zand laten?" Boer: "Graaf maar een kuil en gooi het daar maar in." Henderik: "Maar waar laat ik dan het zand dat uit de kuil komt?" Boer: "Doe niet zo stom. Je maakt de kuil gewoon wat dieper zodat alles er in een keer in kan!" 

11 Petra: "Ik vind het maar gemeen!" Moeder: "Wat is gemeen?" Petra: "Nou u bent met papa getrouwd, Oma is met opa getrouwd, maar ik moet met een vreemde trouwen." 

12 In een Café haalt een man aan de bar een piepklein pianootje uit zijn zak en zet het op de bar. Uit een andere zak haalt hij een witte muis te voorschijn en een heel klein pianokrukje. Ten slotte haalt hij een vlinder uit een doosje en zet het op het pianootje. De muis begint te spelen en de vlinder begint zachjes te zingen. Iedereen is stomverbaasd. "Hoe heb je het klaargespeeld om de vlinder te leren zingen?" vraagt iemand. Waarop de man antwoordt: "De vlinder zingt niet. Ik heb de muis leren buikspreken." 

13 Twee krokodillen zwemmen in het water. Zegt de een: "Zie je dat? een surfer!" Zegt de ander: "Nou en wat dan nog?" Zegt de ene weer: "We krijgen ons eten nu al op een bord opgediend!" 

14 Onderwijzer: "Noem eens een dier dat niet meer bestaat." Jan: "De parkiet, meester. Onderwijzer: "De parkiet? Hoe kom je daar nu bij?" Jan: "De kat heeft hem gisteren opgegeten." 

15 Een man zit in een sjiek restaurant ijverig het zilveren bestek te poetsen. Als de toegesnelde ober vraagt wat er aan de hand is, zegt het heerschap: "Ik heb een gloednieuw pak aan. U denkt toch niet dat ik de binnenzak van mijn jasje onder de vettigheid wil hebben?" 

16 Een gast in een restaurant begint plotseling te kermen en te kreunen. "Ik heb mijn gebit ingeslikt, steunt hij. " Ober: "Dat is niet zo erg, meneer.U hebt het toch niet meer nodig. U krijgt alleen nog maar pudding." 

17 Joris en Sander gaan een eindje fietsen. Onderweg stapt Joris opeens af en laat zijn banden leeg lopen. "Waarom doe je dat?" Vraagt Sander. "Oh, het zadel stond een beetje te hoog!" 

18 "Waarom doe je altijd je ogen dicht als je een borrel drinkt?" "Omdat de dokter me verboden heeft te diep in het glaasje te kijken!" 

19 Hoe open je een champagnefabriek? Gooi er een schip tegenaan. 

20 Tekenleraar: "Waarom heb je nog niks getekend? " Leerling: "Dat heb ik wel, dit is een grazende koe." Tekenleraar: "Waar is het gras dan?" Leerling: "Dat heeft de koe opgegeten." Tekenleraar: "Maar ik zie helemaal geen koe!" Leerling: "Denkt u soms dat een koe in de wei blijft staan, als er helemaal geen gras meer is?" 

21 Patiënt: "Dokter, mijn naam is Jansen. Kunt u mij helpen?" Dokter: "Nee, het spijt me. Daar kan ik u niets voor geven!" 

22 Een oogarts vraagt aan zijn patiënt om voor te lezen wat er op het bord staat. "Maar ik zie helemaal geen bord", roept de patiënt vertwijfeld. Zegt de oogarts: "Dan hoeft u ook geen bril, want er is ook helemaal geen bord!" 

23 Twee jongens zijn erg vervelend tijdens de les. De meester heeft er schoon genoeg van en geeft ze strafwerk. "Schrijf maar 500 keer de naam van je geboorteplaats op het bord." "Dat is gemeen, roept hij huilend." "Hij is in Epe geboren, maar ik in Drachtstercompagnie!" 

24 Moeder heeft zelf taartbodempjes gebakken, maar ze zijn nogal hard uitgevallen. Ze doet er een paar lepels kersenjam en een lik slagroom op en geeft er één aan haar zoontje. Die zit een tijdje lekker te smullen en brengt dan het taart bodempje naar zijn moeder terug. "De jam en de slagroom waren zalig. Hier is het schoteltje!" 

25 Een paard komt het café binnen en besteld een glas acoholvrij bier. "Waarom bestel je acoholvrijbier?" Zegt het paard: "Oh, ik moet nog rijden!" 

26 Dokter: "Vorige week heb ik u pillen gegeven. Kunt u nu weer goed slapen?" Patiënt: "Ach, wat zal ik zeggen, dokter. 's Nachts slaap ik prima en 's morgens gaat het ook wel, maar 's middags lig ik soms uren wakker!" 

27 Het is geel en je ziet het niet? Een banaan om de hoek. 

28 Wat krijg je als je een vis met een egel kruist? Een stekelbaarsje. 

29 Drie muizen zijn in een kroeg aan het opscheppen. Muis 1: "Ik drink liters rattengif per dag!" Muis 2: "Ha, ik maak de klem van een muizenval los, haal de kaas eruit en doe hem weer dicht!" Muis 3: "Sorry, maar ik moet nu snel naar huis om de kat te voeren!" 

30 Miep en Trudy babbelen altijd honderduit tijdens hun koffie uurtje. Miep: "Zeg, hoe zorg jij er nou voor dat je man 's ochtends op tijd zijn bed uitkomt?" Trudy: "Heel eenvoudig, ik leg een paar hondenbrokjes onder zijn kussen en laat dan de hond los!" 

31 Een mevrouw is op het gemeentehuis om haar baby in te schrijven bij het bevolkingsegister. Ze wil het kind 'Gulden' noemen. De gemeenteambtenaar protesteert: "maar dat is de naam van een geldstuk!" Zegt de vrouw: "Maar mijn andere twee kinderen heten Mark en Frank en dat mag wel!" 

32 Jos is de muur in de huiskamer aan het verven. Z'n vrouw vraagt bezorgd: "Jos, zou je er geen krant onder leggen?" "Welnee", zegt Jos. "Ik kan er zo ook wel bij!" 

33 De tandarts heeft net een paar melktanden bij Josje getrokken. "Huil maar niet, je krijgt ze vanzelf weer terug, zegt hij geruststellend." Vraagt Josje: "Maar denkt u dat ze op tijd komen om er vanavond mee te eten." 

34 Een advocaat in het parkhotel en vraagt aan de portier of hij misschien een leuk raadsel kent. "Ja, hoor", zegt de portier. "Het is de zoon van mijn vader en toch is het niet mijn broer." De advocaat denkt even na en zegt dan: "Ik weet het niet." De portier antwoordt: "Dat ben ik zelf!" De advocaat gaat naar huis en zegt tegen z'n vrouw: "Ik ken een leuk raadsel. Het is de zoon van mijn vader en het toch niet mijn broer." "Ik zou het niet weten", zegt de vrouw. Ha, roept de man, "Het is de portier van het parkhotel!" 

35 Een speld en een naald doen een wedstrijdje wie het hardst kan zwemmen. De speld wint. "Geen wonder, zegt de naald." "Ik kreeg water in m'n oog!" 

36 Peter heeft met zijn verjaardag een horloge gekregen. Na drie dagen staat hij al stil. Als Peter het horloge openmaakt valt er een dode vlieg uit. "Aha", zegt Peter. "Ik snap het al. De machinist is gestorven!" 

37 Een muggenmoeder tegen haar kleintjes: "Als jullie zoet zijn, vliegen we morgen naar het naaktstrand." 

38 Een motorrijder rijdt hard over de snelweg. Plotseling wordt hij ingehaald door een oude man op een fiets. Dat kan toch niet, denk de motorrijder en hij geeft nog wat extra gas. Maar even later gaat de oude man hem weer voorbij. Dit wordt te gek, denkt de motorrijder en hij stopt op een parkeerplaats. De oude man op de fiets stopt naast hem en zegt: "Fijn dat u stopt. Mijn bretels zitten namelijk aan uw motor vast!" 

39 In de dierentuin is een olifant gestorven. In de kooi van de olifant staat een oppasser heel hard te huilen. "Zo erg is het nou toch ook weer niet?" vraagt zijn baas. "Jawel", antwoordt de oppasser. "Want ik moet hem begraven!" 

40 Op straat loopt een man vrolijk te fluiten. Een voorbijganger spreekt hem aan: "Meneer, weet u wel dat u twee verschillende schoenen aan heeft?!" Antwoordt de vrolijke man: "Ja, leuk hè? En thuis heb ik nog zo'n paar staan!" 

41 Dokter: "En mijnheer, heeft u mijn advies opgevolgd en 's nachts het raam van uw slaapkamer open laten staan?" Patiënt: "Ja, dokter. Dokter: "En bent u dan eindelijk uw barstende hoofdpijn kwijt?" Patiënt: "Nee, dat niet. Maar wel m'n portomonnee en een gouden ring!" 

42 Jantje vraagt aan zijn vader: "Waar ligt Indonesië? Vader: "Moet je aan oma vragen. Die ruimt hier alles op." 

43 Jantje is op bezoek op een boerderij en vraagt aan de boer wat hij aan het doen is. "Zie je dat dan niet, stadsmenneke? Ik ben de stallen aan het uitmesten en de mest strooi ik straks over de aardbeien!" Jantje haalt zijn schouders op. "Nou ieder zijn eigen smaak. Wij strooien thuis liever suiker over onze aardbeien!" 

44 Een man komt bij de psychiater en legt zijn probleem uit: "Als ik thuis ben komen de muren op me af!" Zegt de psychiater: "Dan moet u niet bij mij zijn, maar bij de woningbouwvereniging!" 

45 Zoon: "Papa, bent u bang voor leeuwen?" Vader: "Nee jongen." Zoon: "En voor tijgers?" Vader: "Ook niet" Zoon: "En voor wurgslangen?" Zoon: "Helemaal niet!" Zoon: "Dan bent u dus alleen bang voor mama!" 

46 Een zwerver belt aan bij mevrouw Stokman en vraagt om een stukje cake of krentenbrood. "Wat is er mis met een gewone boterham?" vraagt mevrouw Stokman. "Niks", antwoordt de zwerver. "Maar ik ben vandaag jarig!" 

47 Oma: "Ga niet zo dicht bij de televisie zitten Dorien. Dorien: "Waarom niet? Oma: "Omdat de nieuwslezer verkouden is!" 

48 Een jongen tegen zijn vriendin: "Laten we nu gaan trouwen. Ik voel er niets voor om te wachten tot ik ouder ben, met rimpels,wallen onder mijn ogen en een buikje." "Wel", zegt zijn vriendin, "als ik het zo hoor, zie ik er maar helemaal vanaf." 

49 Na afloop van zijn eerste werkdag zegt de suppoost tegen de museumdirecteur: "U kunt erg tevreden over mij zijn. Ik heb vandaag een van Gogh en een Rembrandt verkocht!" 

50 Langs het water zit een man met een hamer. Een voorbijganger vraagt wat de man aan het doen is. "Voor een tientje vertel ik het", antwoordt de man met de hamer. De voorbijganger geeft hem een tientje. "Kijk", zegt de man. "Als er een vis voorbij zwemt geef ik hem een klap op z'n kop!" "Interessant", zegt de voorbijganger. "En vangt u nou nog wat?" "Och", antwoordt de man. "Zo'n zes tientjes per dag!" 

51 Een bezorgde moeder belt de huisarts: "Mijn zoontje heeft een gulden ingeslikt. Wat moet ik doen?" Zegt de dokter: "Ik kom morgen wel even langs. Of heeft u de gulden vandaag nog nodig?" 

52 Kees logeert op een boerderij en kijkt belangstellend naar een groot varken. "Dik is ze hé", zegt de boer. "Ja, logisch", antwoordt Kees. "Vanmorgen zag ik dat acht biggetjes haar aan het opblazen waren!" 

53 Hansje heeft op zijn verjaardag zijn eerste fiets gekregen. Slingerend rijdt hij over het trottoir en komt promt in botsing met een dikke man. "Kun je niet bellen? brult de man woedend." "Bellen wel", zegt Hansje beduusd. "Maar fietsen niet!" 

54 Een toneelspeler wordt met rotte tomaten bekogeld en vlucht snel het podium af. Dan begint er in de zaal iemand te klappen. "Wat doet u nou?" vraagt zijn buurman. "Net gooide u nog tomaten en nu zit u enthousiast te klappem." "Snap het dan", zegt de klappende man. "Ik wil dat hij nog een keer het toneel op komt. Ik heb namelijk nog meer tomaten!" 

55 Twee leeuwen lopen door de Kalverstraat. "Vreemd. Ik heb me altijd laten vertellen dat het hier zo druk is!" 

56 Het is groen en het zit in je hoofd. Een hersenvretertje. En wat doet hij daar? Honger lijden! 

57 Wat is het toppunt van luiheid? In slaap vallen bij je werk en dan dromen dat je niets doet. 

58 Pietje: "Ik heb een oom die zo rijk is dat hij vijf maanden per jaar naar de wintersport gaat, vijf maanden naar de Canarische Eilanden en vijf maanden naar Griekenland." Keesje: "Dat kan nooit. Een jaar heeft maar twaalf maanden!" Pietje: "Kun je nagaan hoe rijk mijn oom is." 

59 Jantje gaat buiten spelen en ziet zijn zusje uit een plas regenwater drinken. "Dat moet je niet doen", zegt hij. "Er zitten bacteriën in!" "Nee hoor", zegt zijn zusje, "die zijn allemaal dood. Ik heb er met mijn fiets doorheen gereden!" 

60 Peter klimt langs een geopende spoorboom omhoog. De spoorwachter roept: "Hee! Wat doe jij daar?" "Ik meet de spoorboom", roept Peter. "Had dat dan gezegd, dan had ik de boom neergelaten!" "Dat heeft geen zin. Ik moet de hoogte hebben , niet de breedte." 

61 Iemand vraagt aan de beroemde kunstschilder Karel Appel: "Hoe maakt u het? Karel Appel: "Zeg ik niet, want dan maakt u het ook zo!" 

62 Tandarts: "Waarom gaat u zo tekeer? Ik heb uw gebit nog niet aangeraakt." Patiënt: "Dat weet ik, maar u staat op mijn tenen!" 

63 Een rode kool en een ui liggen naast elkaar op het aanrecht. De rode kool klaagt steen en been: "Ik heb een afschuwelijk leven. Eerst word ik gekookt en daarna nog opgegeten ook." Sussend zegt de ui: "Stel je niet zo aan. Neem mij nou. Ik word levend gepeld, in stukken gesneden en dan staan die huichelaars er nog bij te huilen ook!" 

64 In een overvolle bus staan een kleine man en een grote man, ieder met de hand aan een lus, nogal tegen elkaar aangedrukt. Steeds als de bus een bocht neemt, botst de kleine man met zijn neus tegen de oksel van de grote en trekt een vies gezicht. Kleine man: "Zeg meneer, welke deodorant gebruikt u eigenlijk?" De grote, uit de hoogte: "Ik gebruik het dure merk Zeven Zwanen." Kleine man: "Dan ben ik bang dat enkele zwanen al een tijdje dood zijn." 

65 Er zit een dronkelap aan de kant van de weg. Even later komt er een andere dronkaard voorbij. "Wat kijk je sip", zegt hij. "Ja, vind je het gek!" zegt de ander. "Mijn fles is alweer half leeg!" "Ha!" zegt de tweede. "De mijne is lekker nog half vol!" 

66 Twee miljonairs staan met hun Rolls Royces naast elkaar voor het rode stoplicht. De een belt de ander en schept op: "Ik heb zojuist een geweldige compact disc installatie laten monteren." Waarop de ander geërgerd zegt: "Moet je me daarvoor uit bad bellen?" 

67 "We hebben een bok gekocht." "Maar jullie hebben helemaal geen stal." "Dat geeft niet. We zetten hem op het balkon. "Daar is het 's winters veel te koud voor een bok." "'s winters zetten we hem in de slaapkamer." "En de stank dan?" "Daar moet het beest maar aan wennen." 

68 "Hoe is het met uw dochter?" Ze speelt toch viool?" "Jazeker! en hoe! Ze mag straks vier maanden in Amerika spelen." "Is dat niet verschrikkelijk duur?" "Nee hoor, de buren hebben het geld bij elkaar gebracht!" 

69 Tommie komt voor het eerst op een boerderij en vraagt: "Wat is dat voor beest?" "Een koe, Tommie." "En wat zit er op zijn kop?" "Twee hoorns." Op dat moment begint de koe te loeien en Tommie vraagt: "Door welke hoorn heeft ze nu geloeid?" 

70 Verkoopster: "De eerste dagen zullen de schoenen wel een beetje knellen." Klant: "Geeft niet, Ik doe ze toch pas over een week aan!" 

71 "Uw zoon heeft een steen naar me gegooid!" "Was het raak?" "Nee, gelukkig niet!" "Dan was het mijn zoontje niet!" 

72 Waarom leggen kippen eieren? Als ze er mee zouden gooien, braken er te veel. 

73 Twee cementzakken liggen op straat. Zegt de een: "Bah! Het regent." Zegt de ander: "Daar word je hard van." 

74 De baas heeft sollicitanten opgeroepen. De eerste komt binnen. Baas: "Zie je iets bijzonders aan mij?" Sollicitant: "U hebt geen oren." Baas: "eruit!" De tweede komt binnen. Baas: "Zie je iets bijzonders aan mij?" Sollicitant: "U hebt contactlenzen." Baas: "Hoe weet u dat?" Sollicitant: "U hebt geen oren om een bril op te zetten!" 

75 Tom was met een mooi meisje verloofd. Ze had een tweelingzusje die als twee druppels water op haar leek. Ze kleedden zich hetzelfde, bewogen hetzelfde, en praatten hetzelfde. "Is dat niet verschrikkelijk moeilijk de een van de ander te onderscheiden?" vroeg een vriend aan Tom. "Och, dat probeer ik ook helemaal niet." 

76 Huubje: "Ma, ik heb goed nieuws en slecht nieuws." Moeder: "Vertel me eerst het goede nieuws maar." Huubje: "De school is afgebrand!" Moeder: "En het slechte nieuws?" Huubje: "De rapporten zijn bewaard gebleven! 

77 Tot op de bovenste verdieping van het hotel is de herrie te horen. De toerist doet geen oog dicht. Op een gegeven moment is hij het zat. Hij springt uit bed en grijpt de telefoon. Als hij zich beklaagt bij de nachtportier zegt deze verontschuldigend: "Het spijt me, meneer, maar we kunnen de brandweer toch onmogelijk dwingen zachter te blussen." 

78 Jantje laat aan zijn vader zijn rapport zien. Zegt zijn vader: "Wat een slechte cijfers! En de vorige keer was je zo goed!" Jantje: "Het is de schuld van de meester. Hij heeft Keesje die naast me zat een andere plaats gegeven!" 

79 Een boze mevrouw zegt tegen een bijenhouder. "Een van uw bijen heeft me gestoken!" Waarop de bijenhouder antwoordt: "Wijst u de schuldige dan maar aan, dan straf ik hem." 

80 Een stier staat precies op de grens van Nederland, België en Duitsland. In welk land wordt de stier gemolken? Antwoord: "In geen enkel land, want een stier wordt niet gemolken." 

81 Politieagent: "Ik moet u een bekeuring geven, meneer. Hoe is uw naam?" Verkeersovertreder: "Jarinowkan Satnibuto kransipatski." "Hoe schrijft u dat?" "D . a . t." 

82 Peter: "Ik heb een kist nodig van 30 meter lang, 10 centimeter breed en 10 centimeter hoog." Timmerman: "Wat wil je daar dan mee?" Peter: "Ik moet een tuinslang versturen!" 

83 "Dokter, dokter! Komt u alstublieft gauw! Mijn vrouw heeft een muis ingeslikt! Wat kan ik intussen doen?" Dokter: "Uw vrouw moet haar mond wijd openhouden terwijl u er een stuk spek voor houdt." Als de dokter ter plekke is, ziet hij dat de man een haring voor haar mond houdt." "Ik heb toch gezegd dat u het met spek moest doen!" moppert de dokter. "Dat weet ik ook wel", antwoordt de man, "maar ik ben nu bezig eerst de kat naar buiten te loken." 

84 "Noem de jaargetijden eens op. Klaas?" Vraagt de onderwijzer. "Voorjaar, herfst en de winter." "En waar blijft de zomer?" "Dat heb ik me dit jaar ook afgevraagd, meneer!" 

85 Vraagt de gevangenisbewaarder aan de nieuw aangekomen gevangene: "Ben je daar al weer?" Zegt de gevangene: "Ja, ik kon nergens anders een goedkoper pension vinden!" 

86 Bij de start van de motorraces wordt het startschot afgevuurd en alle deelnemers rijden weg, behalve Karel. "Waarom rij jij niet weg?" Antwoordt Karel. "Je hebt mijn band lek geschoten!" 

87 Een vrouw zit met haar man in de bioscoop. "Gijs!", zegt ze, "daar zit een man te slapen." "Dat kan best zijn", reageert Gijs, "maar moet je me daar voor wakker maken?" 

88 De slager belt boos naar boer Jansen. "Het vlees van je koe is hartstikke taai" De boer begint te jammeren. "Bertha kan er niets aan doen. Toen het arme beest klaaglijk loeiend de veewagen inliep, riep ik: "Hou je taai, meid! Hou je taai!" 

89 "Schat, je neef is jarig. Ik weet dat hij in de gevangenis zit, maar zullen we hem toch maar een kaartje sturen?" "Dat is goed en dan schrijven we: Hartelijk gefeliciteerd en nog véééle jaren!" 

90 Kobus is voor de tweede keer voor zijn eindexamen gezakt. Zijn vader vraagt hem hoe dat kon gebeuren. "Ik wist al meteen dat ik was gezakt", zegt Kobus. "Het examen werd afgenomen in hetzelfde lokaal, door dezelfde leraar en tot overmaat van ramp stelde hij ook nog precies dezelfde vragen als de vorige keer!" 

91 Irene helpt Titia bij de voorbereidingen van een verjaardagsfeestje. Plotseling ziet Irene dat Titia lege flessen in de koelkast zet. "Waarom doe je dat", vraagt ze. Titia: "Oh, dat is voor de mensen die niets willen drinken!" 

92 Twee jongens lopen door de woestijn in hun zwemkleren. Ze komen een Arabier tegen. Een van de jongens vraagt: "Waar is de zee?" zegt de Arabier: "Die is hier 1000 km vandaan!" Roept de andere jongen: "Tjonge, wat een groot strand zeg!" 

93 Piet: "Hoe kom je aan een blauw oog?" Jan: "Mijn vrouw heeft een bierflesje naar mijn hoofd gegooid!" Piet: "Maar heb je dan niet gebukt?" Jan: Jawel, maar daar had ze al rekening mee gehouden!" 

94 Rechter: "U heeft een heel waardevol tapijt gestolen in een meubelzaak. Uw vrouw was daarbij aanwezig. Heeft zij u geholpen?" Verdachte: Nee, ze heeft het tapijt met geen vinger aangeraakt. Ze was alleen meegekomen om de mooiste aan te wijzen!" 

95 Een mevrouw zegt tegen een blinde straatmuzikant: "Beste man, hier heb je een rijksdaalder." "Een ogenblikje mevrouw, dit is maar een gulden!" "Hoe kunt u dat nou zien?" vraagt de mevrouw. "Dat komt omdat ik hier als invaller sta. Die blinde man is naar de bioscoop!" 

96 Een vertegenwoordiger in wasmiddelen: "Zeg u nou zelf, mevrouw. Is dit hemdje niet schitterend schoon en wit gewassen?" Mevrouw: "Jawel maar voordat het was gewassen, was het hemdje nog blauw!" 

97 Een man loopt zonder te betalen de winkel uit met een pan onder zijn arm. De winkeljuffrouw loopt er snel achteraan en houdt de man tegen. "Wat doet u nu?" vraagt ze verbaasd. "Dat is diefstal, hoor!" "Welnee", zegt de man. "Er stond toch een bordje bij: 'steelpan'!" 

98 Een duizendpoot en een kikker hadden een afspraak bij een eekhoorn. De kikker was netjes op tijd, maar de duizendpoot kwam een uur te laat. "Waarom ben je zo laat?" vroeg de eekhoorn. Vermoeid antwoordde duizendpoot: "Dat komt door dat bordje bij je voordeur waarop staat: 'goed je voeten vegen'!" 

99 De zoon van een voetbaltrainer komt thuis van school met zijn eindrapport. "Is het gelukt?" vraagt zijn vader belangstellend. "Ja hoor", zegt zijn zoon. "Mijn contract voor de derde is met een jaar verlengd!" 

100 "Hoe gaat het met jou?" vraagt de ene muis aan de andere. "Slecht, sinds ze die ijskast voor mijn hol hebben gezet, ben ik steeds verkouden!" 

101 "Mam, ik zag de burgemeester daarnet lopen". "O ja? Had ie z'n ketting om?" "Welnee, hij liep gewoon los!" 

102 Jos en Frans zitten in de bioscoop en kijken naar een cowboyfilm. Jos: "Wedden dat die cowboy straks met z'n paard tegen een cactus rijdt?" "Goed", zegt Frans. Even later rijdt de cowboy inderdaad tegen een cactus aan. Als de film is afgelopen zegt Jos: "Ik moet wat bekennen. Ik ben niet eerlijk geweest. Ik heb deze film al een keer gezien!" "Ik ook", zegt Frans, "maar ik dacht dat die cowboy niet zo stom zou zijn om weer tegen die cactus aan te rijden!" 

103 Kleine Piet heeft voor zijn verjaardag een mondharmonika gekregen. Hij is daar erg blij mee en hij blaast er vrolijk op los. Maar na een uurtje legt hij het ding boos weg. "Is er wat?" vraagt zijn vader. "Mijn lievelingsliedje zit er niet op!" moppert Pietje. 

104 Geert: "Ober, deze melk is nogal waterig!" Ober: "Misschien heeft de koe te lang in de regen gestaan!" 

105 Wat is de zwaarste dag voor de onderwijzer? Maandag, want dan moet hij twee extra blaadjes van de kalender afscheuren. 

106 "Weet uw zoon al wat hij wil worden?" "Ja, vuilnisman." "Dat hoor je niet vaak. Hoe komt dat zo? " "Hij denkt dat een vuilnisman alleen op dinsdag werkt!" 

107 Hans komt thuis met een slecht rapport. Boos geeft zijn vader hem een pak voor zijn broek en vraagt dan aan Hans: "Weet je ook waarom ik dit doe?" Huilend barst Hans los: "Nou wordt ie mooi! Eerst krijg ik een pak slaag en dan weet u ook niet eens waarom!" 

108 Een man wordt beschuldigd van diefstal en moet voor de rechter komen. Rechter: "Hoe komt u aan al die nieuwe kerstspullen?" Verdachte: "Ik heb heel vroeg kerstinkopen gedaan, edelachtbare!" Rechter: "Hoe vroeg dan?" Verdachte: "Een uur voordat de winkel openging!" 

109 Liesje krijgt van haar moeder een koekje en gaat de rest van de dag voor de spiegel staan. 's Avonds vraagt haar moeder: "Waarom deed je dat nou?" Liesje: "Zo leek het net of ik de hele dag twee koekjes had!" 

110 Woedend komt Billy de saloon binnen: "Wie heeft mijn paard wit geschilderd?" Ed, een boom van een vechtersbaas, geeft antwoord: "Dat heb ik gedaan, heb je er iets op tegen?" "Welnee", roept Billy, "Ik kwam alleen maar even zeggen dat de grondverf droog is. Je kunt hem komen lakken!" 

111 De werkdag zit erop. Bij de voordeur roept de man al: "Wat eten we vanavond en hoe is het met de kinderen?" Roept de vrouw terug: "Frikandellen en mazelen". 

112 Een handelsreiziger klopt aan bij een boer: "Wilt u misschien een encyclopedie kopen meneer?" "Wat moet ik ermee?", vraagt de boer nors. "Als u hem zelf niet gebruikt, weet ik zeker dat uw kinderen het op prijs zullen stellen", probeert de verkoper. "Ik zie niet in waarom", antwoordt de boer; "Ik moest vroeger ook alles te voet doen dus waarom mijn kinderen niet." 

113 "Dat is geen reus, hij is niet groter dan één meter tachtig", zegt de boze bezoeker tegen de kermisexploitant. "Dat is nu juist het bijzondere aan hem, meneer. Hij is de kleinste reus ter wereld" 

114 Zijn brommer voortduwend komt een man een dorp binnen. "Pech meneer?", vraagt een oud vrouwtje. "Geen benzine meer", zucht de man. "Wat een geluk", zegt het vrouwtje, "dat u verstand heeft van brommers. Ikzelf bijvoorbeeld zou zo doorgereden zijn". 

115 Een jonge schrijver had z'n boek naar de uitgever gebracht. Die belde hem een week later op. "Het is niet slecht, alleen bepaalde gedeelten zou je moeten veranderen. De grootste idioot moet het kunnen begrijpen". "Dat zal ik doen", zei de jongeman verheugd, "streept u maar aan wat u niet goed heeft begrepen". 

116 "Waarom ben je zo laat terug in de kazerne?", wil de officier van de soldaat weten. "Ik was bij mijn meisje". "Maar man, je weet toch zeker wel dat dienst voor het meisje gaat?" "Dan is er in dit geval geen probleem", antwoordt de soldaat monter, "want ze is toevallig dienstmeisje". 

117 Vrouw: "Jij denkt geloof ik alleen aan voetballen. Volgens mij ben je zelfs vergeten wanneer we getrouwd zijn!" Man: "Helemaal niet, schat. Wij zijn getrouwd toen Ajax met 2-0 verloor van Feyenoord". 

118 Vrouw: "Waar bleef je zo lang schat?" Man: "Ik stond op de Dam, daar waren wel veertig mensen naar een briefje van 100 aan het zoeken". Vrouw: "Daar hoef jij toch niet bij te blijven?" Man: "Jawel, want ik stond er met mijn voet bovenop". 

119 Doornat komt een man van zijn werk. Zegt zijn vrouw: "Waar is je paraplu?" Zegt die man: "Die ben ik vergeten". Vraagt die vrouw: "Wanneer ontdekte je dat?" Antwoordt die man: "Toen het niet meer regende en ik hem dicht wilde doen". 

120 Keesje (4 jaar oud) heeft een verschrikkelijk pak op z'n broek gekregen. Op zijn kamertje bekijkt hij huilend voor de spiegel zijn zere achterste. "Zie je wel", jammert hij, "helemaal gebarsten". 

121 Piet en Koos werken voor het eerst als monteurs aan hoogspanningkabels. "Wil jij dit draadje vasthouden, Piet ?" zegt Koos. Piet pakt het. Koos:"Voel je wat....?" "Nee?" Geef dan maar hier. Dan staat er tienduizend volt op het andere draadje". 

122 Een man heeft op zijn werk een ongeluk gehad met een stoomwals. Zijn vrouw, die hem in het ziekenhuis gaat opzoeken, vraagt aan de receptioniste: "Waar ligt mijn man?" "Op de tweede etage mevrouw", is het antwoord, "Kamer 7 t/m 14". 

123 Een man en een vrouw zitten in de auto. Bij een kruispunt vraagt hij: "Kijk jij even of er een auto aan komt". "Er komt geen auto aan", zegt de vrouw, dus de man rijdt door en... BOEM!! Woedend schreeuwt de man: "Ik had je toch gevraagd of er een auto aankwam?" "Ja", zegt de vrouw, "maar over een bus heb je niets gezegd". 

124 "Waarom ga je steeds op het balkon staan als je vrouw zingt?" "Dan weten de mensen dat ik haar niks doe". 

125 "Graag vijf meter golfplaat", vraagt een robot in een ijzerwinkel. "Waar heeft u het voor nodig?", vraagt de winkelier. "Mijn vrouw wil er een plooirok van maken". 

126 Ontroerd bekijkt moeder oude foto's, haar zoon kijkt over haar schouder mee in het album. "Wie is die magere man met die grote bos haar?", wil hij weten. "Maar jongen, zie je dat dan niet? Dat is toch je vader". "Oh, en wie is dan die dikke met die kale kop die bij ons in huis woont ?" 

127 "Ik geloof dat ik mijn zoontje te streng heb opgevoed", zegt een vrouw tegen haar vriendin. "Laatst was ik hem kwijt in een groot warenhuis". Toen werd er opeens omgeroepen: "Wil de moeder van Theo Laatdat zich bij de klantenservice melden?" 

128 "Mam, mag ik blijven lezen tot ik in slaap val?" "Dat is goed, Epie. Maar dan ook geen minuut langer, hé!" 

129 "Mieke, wat heb je nu weer gedaan ? De hele vloer ligt vol zaagsel!" "Mijn pop is aan het vermageren, mam." 

130 "Hoe lang ben u al met pappie getrouwd, mam?" "Acht jaar, schat". "En hoe lang moet je nog?" 

131 "Mama, vind je het een belediging als ik ezel tegen je zeg?" "Natuurlijk vind ik dat een belediging". "En als ik tegen een ezel mama zeg?" "Dat moet je zelf weten". "Dag mama". 

132 Epie loopt met zijn moeder op de markt. "Mam, die meneer daar is net een pedaalemmer". "Hoezo?", wil Epie's moeder weten. "Als ik op z'n tenen ga staan, doet hij z'n mond open". Verderop zien ze een dame met veel zomersproeten. Epie's conclusie: "Die heeft veel te vochtig gelegen. Helemaal verroest!" 

133 "Zal ik die brief even op de post doen, mama?" "Neen jongen, het regent dat het giet. Je zou nog geen hond naar buiten sturen. Laat je vader maar even gaan..." 

134 Jantje loopt met zijn moeder door de stad. De hele dag al zeurt hij om een flesje cola. Uiteindelijk is zijn moeder het zo beu, dat ze hem een draai om zijn oren geeft: "Hier heb je je flesje cola!" Een paar straten verderop geeft Jantje zijn moeder een schop tegen haar been: "Hier heb je het lege flesje terug". 

135 Epie is met de tram naar tante Door geweest. "En hoe is het gegaan?", vraagt zijn moeder als hij 's avonds weer thuiskomt. "Goed", antwoordt Epie, "alleen de conducteur keek net alsof ik niet betaald had: . "En toen?" "Toen heb ik teruggekeken alsof ik wel betaald had". 

136 Meester: "Noem eens vijf dingen die melk bevatten". Epie: "Boter, kaas eehh... ijs... en twee koeien". 

137 Voor het loket in het station staan twee mannen. De jongste zegt: "Een nieuw maandabonnement graag. En hier is mijn vader". Zegt die man achter het loket: "Een nieuw abonnement is 49 gulden, maar wat heeft uw vader ermee te maken?" "Ik was hier gisteren ook al en toen werd mij gezegd dat ik mijn ouwe moest mee nemen". 

138 Epie komt thuis met zijn rapport: allemaal onvoldoendes. "Hoe komt dat?", vraagt zijn vader. "Ach", verklaart Epie, "we moeten het in deze crisistijd allemaal met wat minder doen". 

139 "Je hebt een broertje gekregen, jongen", zegt een vader tegen zijn zoontje. Zegt het ventje: "Leuk pap. Mag ik het aan mama vertellen?" 

140 De ooievaar is met een jongen en een meisje onderweg naar de nieuwe ouders. "Ben jij nu ook geboren?", vraagt het jongetje tijdens de vlucht. Zegt het meisje: "Natuurlijk, sufferd. Denk je soms dat ze mij als stewardess meesturen?" 

141 In een kraamkliniek in Saoedi-Arabië staan een Nederlander en een sjeik naar de baby's te kijken. "Welke is van u?", vraagt de Nederlander. "De eerste twee rijen", zegt de sjeik. 

142 Met oud en nieuw zegt moeder tegen haar drie zoontjes: "Ik hoop dat ik dit jaar drie aardige zoontjes krijg". "Gezellig", zegt de jongste, "dan zijn we met z'n zessen". 

143 Er was eens een kapitein die terug naar zee moest hoewel zijn vrouw in verwachting was. "Ik stuur wel een telegram als het kind er is", beloofde ze. "Doe dat nou maar niet, want dan moet ik trakteren", zei de kapitein zuinig. "Dan zet ik er wel in dat er een vaatje zuurkool is aangekomen". Zo gezegd, zo gedaan. Na twee maanden kwam het volgende telegram aan boord: TWEE VAATJES ZUURKOOL AANGEKOMEN. STOP. 1 MET WORST 1 ZONDER WORST. STOP. 

144 "De juf van de klas schrijft op het bord: 2-2=. Dan vraagt ze of een van de kinderen het antwoord weet. Jos denkt even na en roept spontaan: "Een gelijk spel juf". 

145 Epie wil alles weten: "Papa, hoe wordt een kalfje geboren? "Z'n kop komt eerst, dan de voorpoten, dan het lijf, dan het achterwerk en tenslotte de achterpoten". "Maar papa", vraagt Epie, "wie zet het dan in elkaar?" 

146 
Zegt een bedelaar tegen een andere bedelaar: "Geld is een ziekte, jongen". zegt zijn collega: "Wat een geluk dat wij nog gezond zijn, hè?" 

147 
moet een opstel gemaakt worden over de beklimming van een hoge berg op een warme zomerdag. De hele klas zit nog druk te schrijven als Hans na één minuut zijn pen al neerlegt: "Klaar". De juf pakt het velletje papier en leest: "Ik wou dat ik boven was. Ik kan niet meer". 

148 
Bart, spel jij het woord hond eens even", draagt de juf op. Bart begint "h...o...n...ehh" "Ja, en wat komt er op het eind?" "Een staart, juf". 

149 Onderwijzer: "Als je vader je schandelijke gedrag hier zag, dan zou hij er grijze haren van krijgen". Leerling: "Dat zou hem dan veel genoegen doen!" Onderwijzer: "Hoezo?" Leerling: "Mijn vader is kaal". 

150 "Waarom kijk je zo somber?" "Ik zou graag een briefje van duizend willen wisselen". "Dat is toch niet moeilijk?" "Nee, als ik er eerst maar één had". 

151 Klaas en Dennis kijken naar de maan. Klaas: "Er wonen meer dan 10.000 mensen op de maan. " Dennis: " Wat zal het dan een gedrang zijn bij halve maan." 

152 Karel zit nooit op te letten bij de Engelse les, dus als de leraar aan hem vraagt: "Karel hoe vertaal je: What's your name?", moet hij het antwoord schuldig blijven. "Je moet eens beter opletten Karel", raadt de leraar hem aan, "Engels is een belangrijke taal, de halve wereld spreekt Engels. "Zegt Karel: "Nou is dat dan niet genoeg?" 

153 De meester vraagt aan Jopie: "Wat zou jij nou bijvoorbeeld op mijn grafsteen zetten?" Jopie denkt even na en zegt: "Hier rust de liefste meester van de hele wereld". Kees heeft net z'n pen laten vallen en kan 'm niet vinden onder de bank. De meester vraagt aan Kees: "En jij, Kees?" Roept Kees, omdat hij eindelijk z'n pen terugvindt: "Verrekt, daar ligt ie". 

154 "Wat weet jij van de oude Grieken, Jantje"? "De meesten zijn dood, meester". 

155 Gerrit-Jan heeft een bankrekening geopend en krijgt een cheque- oekje. Links en rechts betaalt hij er dure dingen mee en hij is enthousiast over het gemak van zo'n boekje. Na een tijdje wordt hij bij de bankdirecteur op het matje geroepen die zegt: "U had maar 2000 gulden gestort en u heeft er nu al 10.000 uitgegeven! Ik wil dat u dit tekort zo snel mogelijk weer aanvult! "Dat is geen probleem", zegt Gerrit-Jan, "Ik schrijf gelijk een cheque uit". 

156 Wat is Sinterklaas met een zaklantaarn? Een schijnheilige. 

157 Gertie: "Ik droom er vaak van een miljoen per jaar te verdienen, net als m'n vader". Barto (vol ontzag): "Verdient jouw vader dan een miljoen per jaar?" Gertie: "Nee, maar hij droomt er ook steeds van". 

158 Epie is op bezoek bij de boerderij. In de stal ziet hij een varken met een houten poot. "Hoe kan dat nou?", wil hij van de boer weten. Zegt die boer: "Je denkt toch niet dat ik een heel varken ga slachten voor die ene keer per jaar dat wij hier erwtensoep eten?" 

159 Buiten de stad ligt een enorme hoop mest. "Wat doet u met die mest?", vraagt Epie. "Die strooien we op de aardbeien", legt de boer uit. "Ach", zegt Epie schouderophalend, "over smaak valt niet te twisten". 

160 Epie glijdt met zijn fiets uit op het natte wegdek. Gevolg: een bloedneus en een flinke buil op zijn hoofd. Een vriendelijke oude dame buigt zich over hem heen en vraagt: "Ben je van je fiets gevallen?" Met een zure glimlach schudt Epie zijn zere hoofd en zegt: "Nee mevrouw, zo stap ik altijd af". 

161 Een ruzie tussen buurvrouwen leidt tot een rechtzaak. Geen eenvoudige zaak voor de rechter, die de eerste beklaagde hoort verklaren: "Ten eerste had ik geen melkkannetje geleend, ten tweede was het al kapot toen ik het leende en ten derde was het heel toen ik het terugbracht". 

162 "Alcohol", zegt de rechter streng, "Alcohol is er de oorzaak van dat u hier staat". "Eindelijk gerechtigheid", zucht de beklaagde, "iedereen zei dat het aan mij lag". 

163 Drie poezen zitten te praten over wat ze zullen doen als ze de voetbaltoto winnen. De eerste zegt: "Als ik de prijs win, open ik een melkfabriek". De tweede denkt aan een fabriek voor kattevoer, maar de derde zou haar geld eerder in een bierbrouwerij steken. "Waarom?", willen de andere weten. Spint ze: "Mmmmm, iedere dag een kater..." 

164 "Dokter, dokter, mijn man denkt dat hij een paard is!" "Brengt u hem maar gelijk mevrouw, dan zal ik hem vandaag nog opereen. Maar ik moet u waarschuwen: het is een dure operatie hoor". "O, geld speelt geen rol dokter, mijn man heeft al zeven keer de paardenrace gewonnen". 

165 Hoe begraaft een mafketel een landmijn? Kuiltje graven, mijntje erin, zand erover: aantrappen maar! 

166 Een boer rijdt met zijn paard en wagen over een landweg. Zijn hond zit naast hem. Opeens draait het paard zich om en zegt: "Lekker weertje hè baas?". Zegt die hond tegen die boer: "Toch raar dat zo'n beest ineens begint te praten". 

167 Petertje moet vier keer per dag een heel vies drankje innemen. Het liefst heeft hij dat opa hem de lepel medicijn geeft. Dat zit zo: opa's hand beeft zo erg dat het meeste er overheen gaat. 

168 Een krokodil heeft een ernstig gesprek met zijn zoon: "Je bent zo langzamerhand op een leeftijd gekomen dat je oud genoeg bent om te bedenken wat je later wilt worden, jongen. Je moet er maar eens goed over nadenken want er zijn allerlei mogelijkheden. Je kunt van alles worden: portemonnee, damestasje, een paar schoenen..." 

169 Moeder vlieg zit met haar zoontje op het kale hoofd van meneer Jansen. Ze zucht: "Gut kind, wat zijn de tijden veranderd. Ik weet nog goed dat ik zo oud was als jij, Toen liep hier nog een smal voetpad". 

170 Twee oude vriendinnen komen elkaar na jaren weer eens tegen. "Wat doe jij tegenwoordig?" vraagt de ene. Zegt die andere: "Ik werk in de schouwburg, ik verdeel daar de rollen". "Gut meid, is dat niet vreselijk moeilijk?", vraagt de ene weer."Ach nee", is het antwoord, "gewoon op iedere toilet één". 

171 Wat krijg je als je een lintworm en een egel kruist? en rol prikkeldraad. 

172 Een jongetje rijdt op zijn fiets langzaam voor de tram uit. Dat gaat een tijdje zo door totdat de trambestuurder boos roept: "Hee joh,kun je niet van de rails afgaan!" Waarop de knaap zich grijnzend omdraait: "Ik wel, maar jij lekker niet". 

173 Twee olifanten komen elkaar tegen. Eén van hen heeft zijn hoofd in het gips. "Hoe krijg je dat nou voor elkaar?", wil de ander weten. "Gisteren was ik een dagje op het platteland. Ik ben op bezoek bij een molenaar en ik wil uit het raam kijken. Die molenaar had me net verteld dat er vier wieken op die molen zaten, dus ik tel één... twee... drie... vier... en ik steek mijn kop uit het raam. Laat er nou toch nog een vijfde wiek achteraan komen!" 

174 Twee slakken lopen door de woestijn. Opeens zien ze een fles water liggen. "Wacht jij hier even, dan ga ik een opener halen", stelt de slak voor. Zo gezegd, zo gedaan. Het wordt al donker en nog is de slak niet terug met de opener. De volgende dag ook niet, die week ook niet. Het jaar gaat voorbij en de slak is nog niet in zicht. Na vijf jaar begint de achtergebleven slak zich toch zorgen te maken, na tien jaar geeft hij de hoop op en breekt de hals van de fles af. Net wil hij een slok nemen of hij hoort de stem van de andere slak: "Als je zó begint dan hoef ik die opener ook niet te halen". 

175 Wat is erger dan een giraf met keelpijn? Een duizendpoot met wintertenen. 

176 Wat is grijs en zegt ai ai ai? Een ezel die achteruit loopt. 

177 Hoe vangt een oen een vlieg? Hij lokt'm op de hooizolder en haalt de ladder weg. 

178 Twee Russische berenjagers hebben het over de jacht: "Ik had gisteren weer een enorme beer in het vizier", vertelt de een. Waarop de ander vraagt: "Hoe komt het nou dat jij zulke enorme beren vangt? Hoe doe je dat toch?" "Heel eenvoudig, je gaat voor een hol zitten, je fluit een keer en als die beer naar buiten komt, hoef je alleen maar te schieten". Twee weken later ontmoeten de jagers elkaar weer, maar nu zit er één van top tot teen in gips en verband. "Hoe is dat nou gebeurd?" informeert zijn collega, "Heb jij soms mijn raad niet opgevolgd?" "Ik ben voor een flink hol gaan zitten en ik heb gefloten, precies zoals jij gezegd hebt". "En toen? Schoot je raak?" "Toen kwam de Trans-Siberië-Expres uit dat hol". 

179 Hoe is het jodelen uitgevonden? Een Chinees was aan het bergbeklimmen met zijn transistorradio in zijn zak. Toen hij langs een steile wand klom, viel de radio naar beneden. Geschrokken riep de Chinees: "Ho! de ladio". 

180 Waar blijft het licht als je de lamp uitdraait? Kijk eens in de koelkast. 

181 Waarom gaat een oen op vrijdag na z'n werk door de achterdeur zijn huis binnen? Omdat het weekend voor de deur staat. 

182 Wanneer loopt een oen naast zijn fiets? Als het weekend er weer op zit. Hoe laat is het als er een olifant op het hek gaat zitten? Tijd voor een nieuw hek. 

183 Waarom is een olifant groot, rond en grijs? Als hij klein, wit en rechthoekig was, was het een suikerklontje. 

184 Het heeft een heel lange nek en het gaat niet door. Girafafgeschaft. 

185 Wat krijg je als je een specht met een postduif kruist? Een vogel die aanklopt als hij de post komt brengen. 

186 Baron: "Er ligt hier stof van zes weken!" Dienstmeisje: "Daar kan ik niets aan doen, ik werk hier pas vijf weken". 

187 Een meisje fiets door het rode stoplicht. Een agent houdt haar aan en vraagt bars: "Heb je mij niet horen fluiten?" "Jazeker", zegt het meisje, "maar ik heb al een vriendje". 

188 "Er is er vannacht een ontsnapt", zegt een cipier tegen zijn collega. Die antwoordt: "Gelukkig! ik deed geen oog dicht van dat gepiep en geknars van die vijl". 

189 De vader van Epie: "Mijn auto en ik hebben dezelfde gewoonten. We roken allebei en kunnen geen van beide 's morgens op gang komen". 

190 "Zeg Emiel, is die vakantie van je in Engeland nog doorgegaan?" Emiel: "Nee joh, wist je dat ze daar links rijden?" "Nou, en?" Emiel: "Ik heb hier een paar dagen geoefend, maar het is echt niks voor mij". 

191 Agent: "Waarom reed u zo verschrikkelijk hard?" Automobilist: "Mijn remmen deden het niet meer. Ik dacht: zo snel mogelijk naar huis, voor er ongelukken gebeuren". 

192 "Hoe was het bij de waarzegster?" "Die viel tegen. Toen ik aanklopte, vroeg ze: wie is daar?" 

193 "Waarom zit je toch steeds in dat boek te lezen?" "Omdat ik morgen negen word en het is een boek voor jongens van zes t/m acht jaar". 

194 Dokter: "U moest maar eens vier weken geen druppel alcohol drinken, dan kunnen we daarna eens kijken of u bent genezen". Patiënt (geschrokken): "Kan ik dan niet beter vier weken lang twee keer zoveel drinken? dan kunnen we toch zien of mijn ziekte erger is geworden?" 

195 "Woont je vriend nog steeds in dat huis met het uitzicht op de gevangenis?" "Nee, hij woont nu een tijdje met uitzicht op dat huis". 

196 "Is de chef al terug van zijn ochtendritje?" vraagt de boekhouder. "Nee", antwoordt de magazijnbediende nuchter, "maar hij kan er ieder moment aankomen, want zijn paard is er al". 

197 Piet: "Ik werk in een supermarkt". Jan: "Ik werk in een fabriek aan de lopende band". Piet: "Vreemd, wij mogen gewoon loslopen". 

198 Marietje: "Wat gek, die lucifer doet het niet..." Jansje: "Hoe kan dat nou?" Marietje: "Ik begrijp er niets van, daarnet deed ie het nog ". 

199 Saar komt de elektriciteitswinkel uit, met in haar armen twaalf lampen van 100 watt elk. Toevallig komt haar beste vriendin Betsie voorbij: "Wat krijgen we nou Saar, Wat moet je met al die lampen?" Waarop Saar zuchtend antwoordt: "Ik kom net van de dokter, hij heeft me een licht dieet voorgeschreven ". 

200 Klant: "Weet u zeker dat deze plant maar eens in de honderd jaar bloeit?" Verkoper: "Gegarandeerd meneer. Als ie het niet doet, mag u hem terugbrengen".

201 Een rijke man laat achter in de tuin drie zwembaden aanleggen. Eén met warm water, één met koud water en één zonder water. Een andere man vraagt: "Waarvoor is dat bad zonder water?" Eigenaar: "Ik heb een paar vrienden die niet kunnen zwemmen". 

202 Vrouw: "Ik heb nog zo gezegd dat je moest opletten wanneer de soep overkookte!" Dienstmeisje: "Dat heb ik ook gedaan. Dat was precies 10 minuten geleden." 

203 "Vier uur slaap is voor ieder gezond mens voldoende", meent de professor. "Dat is zo", zegt één van zijn studenten, "de rest haal je 's nachts wel in". 

204 De meester staat voor de klas en stelt de volgende, toch wel een beetje vreemde vraag: "Wil degene die dom is nu gaan staan?" Niemand gaat staan behalve Keesje. De meester vraagt: "Waarom ga jij staan Keesje? vind jij jezelf dom?" "Nee, meester," zegt Keesje. "Maar ik vind het zo zielig dat u daar alleen staat". 

205 Er zit een man in een restaurant. Opeens roept hij: "Ober, er zit een vlieg op mijn ijs". Ober: "Oh ja, kan hij al schaatsen?" 

206 Joris en Martijn wonen vlakbij de grens en zo af en toe verdienen ze wat bij met smokkelen. Al een paar dagen glipt Joris elke avond de grens over met een bakfiets vol met zand. Martijn snapt er niets van. "Zeg Joris, wat betekent dat toch?" "Smokkel je tegenwoordig gewoon zand? Joris:- Nee, bakfietsen natuurlijk!" 

207 Rechter: "Volgens mij heb ik u al eens eerder gezien." Verdachte: "Dat klopt, edelachtbare." Ik heb uw vrouw zangles gegeven. Rechter: "Twintig jaar!" 

208 Een man vraagt in een café of hij even naar het toilet mag. "Nee, dat gaat niet, zegt de barkeeper." "Het toilet is verstopt." "Oh", zegt de man. "Dan help ik wel even zoeken!" 

209 "Waar ga jij dit jaar met vakantie heen? "Ik ga naar "Aantocht". "Aantocht"? Waar ligt dat precies?" "Dat weet ik niet, maar op de radio zeggen ze steeds: mooi weer in "Aantocht"..." 

210 De meester geeft natuurkundeles. "Bij hitte zet iets uit, maar bij kou krimpt iets. Wie kan daar een goed voorbeeld van geven?" Mark: "De zomer-vakantie duurt zes weken, maar de kerst- vakantie duurt maar veertien dagen, meester!" 

211 Peter zit op een bankje in het park. Jeroen komt langs en vraagt wat hij aan het doen is. Peter: "Ik heb gehoord dat de aarde draait en nu wacht ik tot mijn huis voorbij komt!" 

212 Joris: "Meester, waarom heeft een leeuw zo'n dikke kop?" Meester: "Denk maar eens goed na." Joris: "Oh, natuurlijk! Zo kan hij niet met zijn kop door de tralies!" 

213 De tandarts heeft heel veel moeite met het trekken van een kies. Na een tijdje zegt de patiënt: "Zal ik even opstaan? Misschien zit ik wel op de wortel!" 

214 Op een stralende voorjaarsdag ontmoeten twee waarzegsters elkaar. "Wat een weertje, hè?" zegt de een. "Nou", zegt de ander, "het doet me denken aan de lente van 2012!" 

215 Mevrouw Klaasen staat bij visboer Graatjes. "Zeg Graatjes, die kabeljauw is toch wel vers?" Graatjes: "Mevrouw, als ik mond op mond- beademing zou hij zo wegzwemmen!" 

216 Meneer De Boer komt bij zijn baas klagen: "Meneer, mijn salaris staat niet in verhouding tot mijn prestaties!" Zijn baas knikt begrijpend: "Dat weet ik ook wel, meneer De Boer. Maar ik kan u toch moeilijk helemaal niks geven!" 

217 "Bent u gestopt met roken?" "Ja, maar hoe weet u dat nou?" "Omdat u telkens probeert uw koekje in de asbak uit te drukken!" 

218 Kareltje stapt in bed met een liniaal. "Waarom neem je een liniaal mee in bed?" vraagt zijn moeder. Kareltje: "Dan kan ik precies meten hoe lang ik slaap!" 

219 Geert: "Wat heb jij een lelijke vrouw, zeg!" Huub: "Dat weet ik, maar dat is goed voor de zaak." Geert: "Wat voor een zaak heb je dan?" Huub: "Een spookhuis!" 

220 Pieterse ging bergbeklimmen in Zwitserland. Onderweg werd hij overvallen door een lawine en hij kwam helemaal vast te zitten. Na twee dagen hoorde hij plotseling een helikopter. Pieterse staat op en begint te zwaaien. De helikopter komt dichterbij en een man roept vanuit de helikopter: "Hallo, wij zijn van het Rode Kruis!" Pieterse haalt teleurgesteld zijn schouwders op: "Ga dan maar weer weg. Ik heb vorige week al gegeven!" 

221 Jelle ziet zijn vriend Tjibbe met een pijnlijk gezicht over straat strompelen. Hij vraagt aan Tjibbe wat er aan de hand is. "Oh", antwoordt Tjibbe: "ik heb net nieuwe schoenen gekocht die twee maten te klein zijn!" "Maar waarom heb je dat dan ook gedaan?" vraagt Jelle. "Omdat het zo'n lekker gevoel is als je ze 's avonds uittrekt!" 

222 Een violist tegen een collega: "Ik heb laatst toch zo raar gedroomd." "Ik droomde dat we samen de negende van Beethoven speelden." "En toen?" vraagt de collega. "Toen werd ik wakker en bleek het nog waar te zijn ook!" 

223 Dokter: "Weet u wat ik in uw maag heb gevonden, meneer Jansen? Dertig theelepels!" Jansen: "Maar dokter! Dat was uw eigen voorschrift! Driemaal daags een theelepel!" 

224 Pieter komt de boekhandel binnen en vraagt aan de verkoopster: "Zou ik dit boek kunnen ruilen?" "Natuurlijk, antwoordt de verkoopster." "Maar wat mankeert er dan aan?" "Ach, zegt Pieter, - het einde viel tegen!" 

225 Marie: "Ik heb de laatste nachten geen oog dichtgedaan." Tineke: "Hoe kan dat?" Marie: "M'n oma heeft haar been gebroken. En toen heeft de dokter gezegt dat ze voorlopig geen trappen meer mocht lopen. Nou, moet je dat gebonk horen als ze 's nachts tegen de regenpijp omhoog klimt!" 

226 Peter: "Hoe gaat het met jou?" Jan: "Prima. Ik verkoop tegenwoordig meubels." Peter: "En verdient dat een beetje?" Jan: "Dat wel, alleen wordt mijn huis steeds leger!" 

227 De juf is bezig met het uitleggen van spreekwoorden en gezegdes. Ze vraagt: "Wie weet wat het gezegde 'twee vliegen in één klap vangen' betekent?" Antwoordt Eline: "Een miljonair uit liefde trouwen!" 

228 Twee slakken zijn aan het wandelen. Zegt de ene slak tegen deandere: "Ik ga hier oversteken, hoor!" Zegt de andere slak verschrikt: "Niet doen, man! Over drie uur komt de bus voorbij!" 

229 Dokter: "Nou meneer, ik moet zeggen dat uw temparatuur de laatste dagen behoorlijk omhoog is gegaan!" Patiënt: "Oh, dan heb ik daarom zo'n last van koude voeten!" 

230 Het is grijs en draagt een koffertje? Een muis die op vakantie gaat. 
Het is bruin en draagt een koffertje? Dezelfde muis die terugkomt van vakantie!

231 Tinus: "Wat ik nu toch heb gehoord. De Bakker ligt in het ziekenhuis. Weet jij misschien waarom?" Bertus: "Ja, hij is aangevallen door een tijgerbrood!" 

232 "Wat is het meervoud van het kind, Jantje?" Jantje: "Tweeling, meester!" 

233 Huub: "Zijn wortels gezond, dokter?" Dokter: "Zeker! Ik heb er tenminste nog nooit één op mijn spreekuur gehad." 

234 Patiënt: "Dokter, Ik heb de laatste tijd zoiets raars, ik hoor maar half." Dokter: "Dat bestaat niet, maar ik zal even een testje doen. Zeg mij maar na: Achtentachtig." Patiënt: "Vierenveertig." 

235 Twee jongens bekijken in een museum een abstract schilderij. Zegt de een tegen de ander: "Laten we maken dat we weg komen. Straks krijgen wij nog de schuld!" 

236 TRINGGG! "Hallo, met Doof." "Hallo Doof!" "U hoeft niet zo te schreeuwen, ik ben niet doof!" "Oh, bent u niet Doof! Dan ben ik zeker verkeerd verbonden." 

237 Henneke zit met haar moeder in de trein en ziet buitenvoor het eerst een paauw. "Kijk mama, daar staat een kip in bloei!" 

238 Een vrouw tegen haar vriendin: "Mijn man valt altijd in slaap als hij in bad zit, zelfs als de kraan nog loopt." "Maar loopt het bad dan niet over?" Vraagt de vriendin. "Nee hoor," is het antwoord. "Hij slaapt met zijn mond open!" 

239 In een restaurant hangt een bordje waarop staat: Hier wordt Frans, Duits, Engels, Spaans, Portugees, Chinees, en Zweeds gesproken. "Niet te geloven," zegt een verbaasde bezoeker tegen de ober. "Wie spreekt hier al die talen?" Antwoordt de ober: "De gasten, meneer!" 

240 Gerrit rijdt met zijn krakkemikkige autootje de pont op. "Vier gulden," zegt de pontbaas tegen hem. Gerrit stapt uit het autootje, overhandigt de autosleutels aan de pontbaas en zegt: "Verkocht!" 

241 Een moeder tegen haar zoontje: "Waarom eet je steeds pleisters, Kareltje?" Kareltje: "Omdat ik zo'n buikpijn heb, mama!" 

242 Klaas is diep bedroefd omdat zijn poes is weggelopen. "Zet dan een advertentie in de krant!" zegt Miep. "Ach, dat helpt niets," zucht Klaas. "Ze kan toch niet lezen!" 

243 Vader komt 's avonds thuis en ziet tot zij grote verbazing dat zijn jongste zoontje in de hoek van de kamer staat. "Wat heb je nou weer uitgespookt?" vraagt hij. "Helemaal niets," antwoordt de jongen, "Maar over twee weken is de vakantie weer voorbij, dus ben ik alvast aan het trainen voor school!" 

244 Twee koeien grazen in een weiland. Zegt de ene koe: "Boeh!" "Zeg dat wel!" Zegt de andere koe. "Je haalt me de woorden uit de mond!" 

245 Een ober zegt tegen zijn collega: "Ik snap niets van meneer Jansen. Toen hij nog een kantoorbaantje had, gaf hij altijd enorme fooien. Nu heeft hij een miljoen geëfd en nu geeft hij geen fooi meer!" "Dat snap ik wel," zegt zijn collega. "Vroeger wilde hij niet laten merken dat hij arm was en nu laat hij niet merken dat hij rijk is." 

246 Keesje: "Papa, waar leven kikkers van?" Vader: "Van wat ze vinden, Keesje." Keesje: "En als ze niks vinden?" Vader: "van eten ze natuurlijk wat anders!" 

247 Vader tegen zijn zoontje: "Kijk jongen, daar hangen twee lampen. Als je er vier ziet ben je zo dronken als een aap!" Zoontje: "Maar papa, daar hangt maar één lamp!" 

248 Josje komt thuis van zijn eerste schooldag. "En," vraagt zijn vader, "heb je al wat geleerd vandaag?" Josje antwoordt: "Niet echt, want we moeten morgen alweer terugkomen!" 

249 Janus koopt twee kaartjes voor de trein en stapt met zijn vrouw en negen kinderen in. Na een tijdje komt de conducteur. "Maar wat is dit?" vraagt hij. "U hebt maar twee kaartjes!" Janus kijkt de conducteur verbaasd aan en zegt: "Kinderen onder de tien mogen toch gratis reizen?" "Ja" antwoordt de conducteur. "Maar deze kinderen zijn niet onder de tien!" Janus begint te lachen: "Welwaar! Als u goed telt ziet u dat het er maar negen zijn!" 

250 "Weet je hoeveel een papagaai kost?" "Wel 500 gulden!" "Oh dan eet ik morgen wel kip!" 

251 Een vrouw zegt tegen haar buurvrouw: "Eindelijk heb ik mijn zoontje het nagelbijten afgeleerd." "Hoe dan?", vraagt de buurvrouw. "Ik ben met hem naar de tantarts gegaan en heb zijn tanden laten trekken, antwoordt de vrouw." 

252 Een man zit met zijn varken in de trein. Even later komt de conducteur langs en zegt dat hij geen varkens mee mag nemen in de trein. De man wijst de conducteur op een vrouw die met haar hond in de trein zit en begrijpt niet waarom dat wel mag. De conducteur zegt dat een hond een getraind huisdier is. De man beweert dat zijn varken ook een getraind huisdier is en moet dat bewijzen van de conducteur. De man neemt de pet van de conducteur, gooit hem uit het raam en commandeert het varken: "Blijf!" 

253 "Toen hij zo oud was als jij, was Bill Clinton al de beste van zijn klas, zegt de vader tegen zijn luie zoon." "En toen hij zo oud was als u, zegt zijn zoon," "was hij al president van Amerika!" 

254 Er zitten twee paarden in een boom te dammen. Plotseling vliegt er een koe langs. De paarden kijken op en gaan dan weer door met dammen. Even later vliegt de koe weer langs, en nog eens en nog eens en nog een keer. Het ene paard merk op:- Die is zeker een nestje aan het bouwen. 

255 Een duizendpoot vraagt aan een andere duizendpoot: "Waar is je vrouw eigenlijk? Ik heb haar al weken niet meer gezien." De andere duizendpoot zucht: "Ze is schoenen kopen." 

256 De koningin zit in een koets met paarden ervoor. Eén van de paarden laat een wind. "Pardon," zegt de koningin. Waarop de koetsier zegt: "Als u dat niet had gezegt, had ik gezworen dat het een van de paarden was geweest!" 

257 "Herman, heb jij de papagaai die lelijke woorden geleerd?" "Nee moeder, ik heb hem juist geleerd welke woorden hij niet mag zeggen!" 

258 Twee mannetjes zitten op een bankje in het park. Zegt de ene: "Mijn dochter is verhuisd." "Zo zo," zegt de andere, "waar woont ze nu?" "Eh... dat weet ik nier meer precies. Het was iets met een broek... Lutjebroek?" "Hoensbroek?" "Bennebroek?" "Broek in Waterland?" "Ah, ik weet het alweer! Ze woont in Gulpen!" 

259 Wat is een skelet in een kast? Iemand die honderd jaar geleden heeft wonnen met verstoppertje. 

260 Wat is het toppunt van zuinigheid? Over je brilleglazen heen kijken om ze niet te verslijten. 

261 Voor een karzerne staat een soldaat op wacht. Een Korporaal (iets hoger in rang dan een soldaat) Komt naar hem toe en vraagt: "Is de generaal er al?" Soldaat: "Nee Korporaal." De Koporaal gaat weg maar komt even later weer terug en vraagt nog eens: "Is de generaal er al?" Weer zegt de soldaat van nee. De Koporaal: "Waarschuw me even als hij komt." Even later rijdt er een grote limousine de karzerne binnen. De soldaat houdt hem aan en tikt op het raam. Dat schuift open en de soldaat ziet een militair zitten met een uniform vol met medailles en speltjes. De soldaat: "Als u de generaal bent mag u wel opschieten! De Koporaal heeft al drie keer naar u gevraagt!" 

262 Op de markt staat een man die tweedehands spullen verkoopt. "Boeren, burgers en buitenlui! Vandaag heb ik een bijzonder koopje: de schedel van Napoleon!" Man uit het publiek:"Maar meneer, dat is maar een klein schedeltje en Napoleon had een behoorlijk groot hoofd!" Koopman: "Klopt, maar dit is de schedel van Napoleon toen hij nog klein was!" 

263 "Jantje, wat weet jij van de Ouden Grieken?" "Dat ze allemaal dood zijn, meester!" 

264 Een Amerikaan vraagt aan een Nederlander of de kleuren van de vlag iets te betekenen hebben. "Ja," zegt de Nederlander, "die hebben te maken met de belasting. Als we eraan denken worden we rood van woede, als we een aanslag krijgen worden we wit van schrik en tenslote betalen we ons blauw." "Dat is het zelfde als bij ons," zegt de Amerikaan, "alleen zien wij er sterretjes bij!" 

265 Een man ging in een heel oud hotel een hapje eten. Halverwege de maaltijd kwam de eigenaar hem vol trots vertelen: "Dit is het outste hotel van de stad. Mijn betovergrootvader heeft het in de vorige eeuw laten bouwen. Hier heeft ieder ding zijn geschiedenis. De gast, die zat te worstelen met zijn kipepoot op zijn bord, reageerde promt: Dan moet u me toch eens de geschiedenis van deze kip vertellen." 

266 Iemand solliciteerde naar een baan als voorlichter in de Tweede Kamer. Niet lang na het versturen van zijn brief kreeg hij bericht van diens kantoor: "Uw levensloop zit vol overdrijvingen, verdraaiigen, halve waarheden en hele leugens. Kunt u morgen beginnen?" 

267 Na een langdurig kroeg bezoek lopen twee vrienden naar huis. Plotseling zegt Piet: "wat is dat?" en raapt iets op van de straat. klaas ruikt eraan en zegt: "Dat lijkt wel een uitwerpsel van een hond. Weet je dat zeker?" vraagt Piet, en proeft voor alle zekerheid. "Ja je hebt gelijk, het is van een hond. Wat een geluk dat we daar niet zijn ingetrapt!" 

268 Een vrouw loopt handenwringend over straat: "Mijn zoontje heeft een kwartje ingeslikt en heeft het zo benauwd. Wie kan mij helpen?" Een voorbijganger bied zich aan. Resoluut legt hij het kind over de knie, klopt enkele malen op het ruggetje en bereikt al snel dat het kind het kwartje uitspuwt. Verwonderd zegt de moeder: "Wat doet u dat knap, u bent zeker een dokter?" "Nee," zegt de man: "ik ben belastingontvanger." 

269 Een patiënt zegt tegen zijn huisarts: "Hier dokter, deze medicijnen helpen niet. Hier heeft u de fles terug." De dokter antwoordt: "Maar u hebt het drankje helemaal niet ingenomen. De fles is nog dicht!" De patiënt zegt: "Nee, natuurlijk niet." Op de fles staat immers: "Koel en gesloten bewaren." 

270 Dokter van Dijk wordt ‘s nachts uit zijn bed gebeld door een man die angstig door de telefoon zegt: "Dokter, mijn zoontje heeft een pen ingeslikt. Wat moet ik doen?" De dokter antwoordt: "Gebruikt zolang maar een potloot! 

271 Keine Jantje maakt een ritje met de auto van zijn vader. Een politieagent houdt hem tegen en vraagt: "Mag ik je rijbewijs even zien?" "Hoezo," antwoordt Jantje. "Ik dacht dat je je rijbewijs pas krijgt als je achttien bent!" 

272 Er komt een vertegenwoordiger in stofzuigers langs bij een boerderij. Hij belt aan, de boerin doet open. De vertegenwoordiger begint te praten: "Dag mevrouw, ik ben vertegenwoordiger van hele goede stofzuigers: die zuigen echt alles, maken alles schoon. En om het te bewijzen, maak ik nu uw tapijt even vuil." En de vertegenwoordiger gooit een hele doos met vuiligheid over de vloerbedekking en zegt: "Met mijn stofzuiger maak ik dat weer helemaal brandschoon. Ik garandeer u: elke korrel die blijft liggen, eet ik persoonlijk van de vloer." Zegt de boerin: "Nou begin dan maar vast te eten, want we hebben geen electriciteit." 

273 Een Belg stapt boos de winkel binnen, waar hij de vorige week een kettingzaag heeft gekocht. "Mooie kettingzaag" briest hij "ik heb er het hele weekend over gedaan, om één boom om te zagen!". "Nou" zegt de verkoper "laten we eens kijken". Hij start de kettingzaag, waarop de Belg hem aankijkt, en vraagt: "wat is dat voor geluid?" 

274 Grootmoeder doet voor hoe het hoort: "Kijk Erik, als IK gaap houd mijn hand voor mijn mond." "Dat is bij mij niet nodig" vindt Erik, "want MIJN tanden zitten nog vast." 

275 Een vent, met drie pinguins op de achterbank van zijn auto, wordt aangehouden. De agent controleert zijn papieren en zegt: "Okee, en als ik u was, zou ik die pinguins maar meenemen naar Artis". De volgende dag wordt de man weer door de agent aangehouden, wéér met de drie pinguins op de achterbank. Zegt die agent: "Ik had je toch gezegd dat je die pinguins mee naar Artis moest nemen!". "Ja", zegt die man, "ze hebben genoten, en vandaag gaan we naar het strand!". 

276 Een groep soldaten marcheert door de woestijn. De hitte is bijna ondraageklijk. Plotseling valt er een soldaat in het zand en roept: "Ik heb heimwee!" "Opstaan, heimwee hebben we allemaal!!" Brult de sergeant. "Maar mijn heimwee is groter", stamelt de soldaat. "Mijn vader heeft namelijk een brouwerij!" 

277 Jos: "Ik heb nu een handeltje, daar word je bijna slapend rijk van!" Klaas:"Wat is dat dan?" Jos: "Ik handel in postduiven. 's morgens verkoop ik ze en 's avonds komen ze weer terug!" 

278 Dokter: "Weet u wat ik in u maag heb gevonden, meneer de Vries? Eénentwintig theelepels!" Meneer de Vries: "Maar dokter, dat was uw eigen voorschrift! Drie maal daags één theelepel!" 

279 Twee onderbroeken zitten in de wasmachine. Zegt de ene tegen de ander: "Zullen we op vakantie gaan?" Zegt die ander: "Nee, dat hoeft niet. Want ik ben al bruin genoeg!" 

280 Henkie en zijn moeder zitten aan tafel. Henkie heeft een gekookt ei op zijn bord. Zijn moeder vraagt: "Vind je het eitje niet lekker?" Henkie: "Nee!" Waarop zijn moeder zegt: "Toen ik zo oud was als jij vond ik zo'n eitje heel lekker." Henkie: "Ja logisch. Toen was dat ei nog vers!" 

281 Klaas tegen zijn moeder: "Ma er zit een vlieg in mijn soep!" Moeder: "Rustig maar, die vlieg eet heus niet zo veel, hoor! 

282 Jan en Piet gaan op bezoek bij hun lerares die in het ziekenhuis ligt. Jan gaat eerst naar binnen om te kijken hoe het met haar gaat. Even later komt hij naar buiten met tranen in zijn ogen. "Er is geen hoop meer..... morgen komt ze al weer lesgeven!" 

283 Twee papagaaien zitten in een kooi. Zegt de ene: "Zielig hè? Al die mensen achter de tralies!" 

284 Vraag: Het is groen en het zingt? Antwoord: Slalalalalalalalalalablaadje. 

285 Een vader en een moeder zijn met hun dochtertje op vakantie. Als ze richting strand lopen zegt het meisje: "Mama ik ben zo moe. Wat zou ik graag op een ezel zitten." Moeder: "Dan vraag je toch of je op de rug van je vader mag zitten!" 

286 Jantje zit in de klas en maakt steeds geluiden van een brommer. Zegt de meester: "als je dat geluid nog een keertje maakt ga je op de gang staan". Jantje weer: "bbbrrrrbrommbr" De meester: "ga nu maar op de gang staan" . Jantje: "maar dat kan ik niet want mijn benzine is op.!" 

287 Twee eiëren lopen op de rand van een ravijn zegt de ene tegen da ander: "Pas op straks val je". Zegt de andere: "Ach klets" 

288 Er komt een man op de airport van Tel-Aviv aan. Hij komt een andere man tegemoet en deze begroet hem vriendelijk met shalom. Dan zegt de eerste man, ben je niet goed bij je hoofd, ik ga geen sjaal om doen, het is hier 36 graden............ 

289 Pietje, amtenaar, komt op een dag een uur te laat op zijn werk. verbolgen vraagt zijn chef hoe dat komt. "ik heb me verslapen" "Zo" Zegt de chef: "Ik wist niet dat je thuis ook werkte" 

290 
Er komt een ongure man een café binnen. Hij gaat aan de bar zitten en vraagt om 1 koffie. De barbediende zet de koffie neer en zegt: "Dat is fl. 1,30 meneer". De man pakt 13 dubbeltjes en smijt ze achter de bar. De volgende dag komt de man weer en hetzelfde tafereel doet zich voor. De barbediende wordt nu toch wel nijdig. De dag daarna komt de man weer, vraagt om 1 koffie en legt fl. 2,50 neer. De barbediende ziet zijn kans waar, pakt 12 dubbeltjes uit de kassa en smijt deze door het café. Waarop de man zijn beurs pakt er een dubbeltje uit haald en nog 1 koffie vraagt 

291 
Op de paralympics op de 100 meter vrije slag staan op: 
Baan 1 een man met maar één arm 
Baan 2 een man met maar één een been 
Baan 3 alleen een rompje 
Baan 4 een man zonder benen 
Baan 5 een man zonder armen 
Baan 6 een man met maar één arm en één been 

Bij het startschot krijgt het rompje een zet en zinkt. Hij wordt gelijk met een schepnet uit het water gevist. Zijn trainer vraagt wat er aan de hand is. 
het rompje antwoord: "Heb ik flink wat jaren getraind om met mijn oren te zwemmen doen ze me een badmuts op!" 
-------------------------------------------------------------------------------------  

       Bijgewerkt  11 oktober 2011